Actieplan leegstand kantoren en winkels in Overijssel

kantoor-deventerNaast leegstand van kantoren neemt ook de leegstand van winkelruimte in de Overijsselse gemeenten toe. Dagblad Tubantia publiceerde over een rapport van bureau Locatus dat een scherpe analyse gaf over de leegstandsproblematiek van winkelpanden in Twente. Dat was voor mij aanleiding om namens de PvdA-statenfractie Gedeputeerde Staten hierover schriftelijke vragen te stellen. GS antwoorden dat zij zich ervan bewust zijn dat naast leegstand van kantoren er ook sprake is van leegstand bij winkels. Maar zij geven daarbij aan geen goed beeld te hebben van de situatie buiten Twente. GS vinden dat trouwens een gemeentelijke taak.

Maar GS zijn kennelijk toch niet zeker van hun zaak, want zij hebben SER Overijssel gevraagd of er toch een provinciale rol is op dat gebied en zo ja welke? De SER Overijssel komt met een advies en neemt daarbij ook een diepgaande analyse mee naar de detailhandelstructuur en de leegstand in Overijssel. Dat juicht de PvdA-statenfractie toe.

GS deelt onze mening dat er behoefte is aan flexibele ontwikkelingsmogelijkheden in stads- en dorpscentra. In de Omgevingsvisie wordt ook aangegeven dat in de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving de nadruk steeds meer komt te liggen op het creëren van gemengde milieus van woningen, werkruimten, bedrijven, voorzieningen, en recreatiemogelijkheden. Die moeten dan wel voortbouwen op de karakteristieke opbouw van stad, dorp of kern. In dat kader zijn de gemeenten de trekkers. Maar GS vullen dit aan met de constatering dat in de provinciale Omgevingsverordening een regulering is opgenomen voor grootschalige detailhandel. Bovendien wordt uitgegaan van een concentratie van detailhandel in kern-winkelgebieden.

Als GS uit het komende SER-advies of via andere bronnen aanwijzingen krijgen dat behoefte is aan meer regionale afstemming voor invulling en positionering van winkelgebieden dan zal Gedeputeerde Staten “vanzelfsprekend’ hun rol vervullen. Hoewel de leegstandsproblematiek van winkels veel overeenkomsten vertoont met de leegstand van kantoren en bedrijfspanden, vinden GS de kantorenleegstand urgenter. Dat betekent dat de focus ligt op het Actieplan Leegstand  Kantoren.

Ik kan mij vinden in die opvatting, maar verwacht toch dat het SER-advies over de detailhandel en leegstand in Overijssel  aanleiding zal zijn voor een bredere discussie over de leegstand in het (commercieel) vastgoed en de onacceptabele maatschappelijke gevolgen daarvan.