Keihard blijven werken aan toekomst voor Enschede

Enschede_Stadhuis “De toekomst van de economie van Oost Nederland”. Dat was het centrale thema van de lezing die Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, hield in het Provinciehuis. Na eerst de grote lijnen van de financieel-economische ontwikkelingen van Europa en Nederland  te hebben geschetst, kwam hij al gauw terecht bij Overijssel. In brede zin zette Teulings het beeld neer dat de economische groei moet komen van de (grote) steden. Vooral steden die ook nog een universiteit binnen hun grenzen hebben. Voorwaarde voor economische bloei is ook de bereikbaarheid van die steden, vooral via het openbaar vervoer.  Natuurlijk moeten deze steden ook een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu hebben en uitstekende voorzieningen op het gebied van cultuur, horeca en sport. Dit is allemaal logisch, verklaarbaar en ze ook passen bij onze PvdA-visie. De grootste groei komt van de steden of stedelijke netwerken en minder van het platteland.

Teulings ging vervolgens in op de positie van Zwolle en van Enschede. Zwolle doet het erg goed op economisch gebied, groeit en zal dat in de toekomst blijven doen. Zwolle heeft een prachtige oude binnenstad en prima verbindingen. Een universiteit ontbreekt maar de Hogeschool Windesheim maakt veel goed. En niet te vergeten: Zwolle ligt centraal-strategisch tem opzichte van de  Randstad en Noord-Oost Nederland. Niets nieuws eigenlijk. Maar toch, als oud-Zwollenaar klonk me dit als muziek in de oren.

Teulings ging stevig door en betoogde dat Enschede in een lastige positie verkeert. Enschede doet het in zijn ogen veel minder dan Zwolle, ook in vergelijking met andere steden in Nederland van dezelfde grootte. Het perspectief voor Enschede ziet er volgens de bijna oud-directeur van het CPB somber uit. Waarom? Enschede heeft geen oude binnenstad en ligt gewoon verkeerd zo tegen de grens met Duitsland. Investeringen in Enschede zouden naar zijn mening weinig bijdragen aan economische voorspoed. Integendeel, de grootste stad van Overijsel, en zelfs Twente, wacht krimp. Hij adviseerde op die depressieve vooruitzichten beleid te ontwikkelen. Dat is in zijn ogen realistisch.

Ik wist niet wat ik hoorde. Als inwoner van Enschede voelde ik me geschoffeerd. Ik hield Teulings voor dat Enschede  juist keihard werkt aan ontwikkeling van de stad volgens de criteria die hij  noodzakelijk vindt voor economische vooruitgang. Notabene heeft Enschede de Universiteit Twente met een bloeiend kennispark. Vernieuwing, innovatie en vooruitgang zijn hier sleutelbegrippen. Sterker nog: Enschede maakt dat concreet, ook in financieel-economisch zware tijden. De grootste stad van Overijssel is gewoon op de goede weg.

Coen Teulings zag dat toch anders. Hij constateerde droogjes dat Enschede wel actief moet blijven maar de verwachtingen moet bijstellen en uit gaan van die krimpgedachte.Ik stelde dat het onzin is om op die manier het hoofd in de schoot te werpen. We blijven actief vanuit de politiek en bestuur en werken samen met partners uit de samenleving zoals ondernemers, maar ook bevlogen inwoners en maatschappelijke organisaties. Als Enschede en Twente op achterstand staan geeft dat juist de motivatie er alles aan te doen om dat ongedaan te maken.

Teulings gelooft daar niet in, maar ik wel.