Vertrek Oost NV uit Enschede leidt niet tot banenverlies

Oost NV logoOost NV vertrekt eind dit jaar uit Enschede en verhuist naar Apeldoorn. Banen blijven behouden en het werk van de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor de regio Twente gaat door. Dat antwoordde gedeputeerde Rietkerk op 14 mei n de statencommissie economie op vragen van de PvdA-fractie.  In de media verschenen onlangs berichten over het plan van de directie van Oost NV om haar vestiging in het Ondernemershuis in Enschede te sluiten “om strategische en organisatorische redenen”. Steeds meer medewerkers zouden op diverse locaties werken zoals in de omgeving van de Universiteit Wageningen en Kennispoort Zwolle. Om die redenen zou Oost NV meer behoefte hebben aan een centraal gelegen hoofdkantoor en dat blijkt Apeldoorn te zijn.  De PvdA-fractie was verbaasd over dit besluit van deze organisatie waarvan de provincie Overijssel een van de aandeelhouders is. Rietkerk gaf toe ingestemd te hebben met het vertrek van Oost NV uit Enschede (en ook uit Arnhem) maar wel onder harde voorwaarden. De vestigingsplek in het Ondernemershuis wordt opgeheven om zo jaarlijks 165.000 euro te besparen. Alleen de administratie verkast naar Apeldoorn en de beleidsmedewerkers, adviseurs ,etc blijven werken op diverse plekken zoals het Kennispark bij de Universiteit Twente. Ontslagen vallen er gelukkig niet. Oost NV maakt jaarplannen voor de regio’s Twente, Zwolle en Deventer met resultaatafspraken. De regionale ontwikkelingsmaatschappij zal vooral via de zogenoemde innovatielokketten werken en doorgaan met het stimuleren van vernieuwingen in het bedrijfsleven en deelnemingen in veelbelovende ondernemingen.         De gedeputeerde was het met de PvdA eens dat de provincie Overijsel door eigen beleid geen arbeidsplaatsen op het spel zet. Zeker niet in Twente waar de werkloosheid schrikbarend hoog is en maar blijft stijgen. Oost NV touch screen

 

 

Tussen de witte boorden bloeit de chemie in Zwolle

PSP logoZwolle is een stad waar de zakelijke dienstverlening bloeit en groeit. Zwolle is booming met glinsterende kantoorgebouwen. De witte boorden voeren er de boventoon. Zeker, de economische vooruitzichten van de hoofdstad van Overijssel zijn zonder meer goed te noemen. Dat positieve verhaal wordt verder versterkt door een verrassend, nieuwe groeibriljant: de kunststoffensector. Verrassend? Ja, maar eigenlijk heel logisch met bekende bedrijven als Wavin, DSM, Van Wijhe Verf die in Zwolle en ver daarbuiten hun markten hebben veroverd.

Deze ondernemingen hebben de handen ineen geslagen en vormen samen met Hogeschool Windesheim, Deltion College (mbo) en de Universiteit Twente het Polymer Science Park. Innovatie staat in dit nieuwe instituut centraal. Het PSP is ondergebracht in het voormalige fabriekspand van Philips aan de Ceintuurbaan. De woordvoerders economie van de statenfracties brachten er een werkbezoek om met eigen ogen te zien hoe deze deels met provinciegeld gefinancierde  instelling van start is gegaan.

Open innovatiecentrum

PSP 3d printerHet Polymer Science Park is een zogenoemd open innovatiecentrum voor kennisontwikkeling op de gebieden van kunststoffen en coatings. Het biedt uiteenlopende faciliteiten voor onderzoeken, metingen en het bedenken van nieuwe producten. Er zijn 3 grote en maar liefst 50 kleine projecten in uitvoering in combinatie met de kennisinstituten. De chemie tussen al deze samenwerkende partners leidt tot innovaties. Dat betekent waarde-creatie en nieuwe banen. Harde cijfers kregen we trouwens niet. Daarvoor bestaat het PSP nog te kort (circa 2 jaar), maar het begin lijkt veelbelovend. Interessant is het onderzoek dat er plaatsheeft naar beter en gevarieerder gebruik van 3d-printers en de kwaliteit van de kunststof waarvan de 3d-objecten worden geproduceerd. Zo wordt er nauwkeurig gekeken naar de mogelijkheden voor hergebruik van plastics die wij allemaal tegenwoordig gescheiden houden en inzamelen. Bij Hogeschool Windesheim en bij het Deltion College (middelbaar beroepsonderwijs) is er tegenwoordig meer aandacht voor opleidingen voor de kunststofbranche. Dat was hard nodig want deze opleidingen waren zelfs helemaal verdwenen. Ze worden nu weer nieuw leven ingeblazen en zo komt er meer, goed geschoold technisch-chemisch personeel voor de polymeersector in de regio Zwolle.

Startende bedrijven

PSP machineHet PSP gaat onderdak bieden aan startende bedrijven. Er wordt nu ruimte vrijgemaakt voor 4 jonge starters die er in april beginnen. Ze krijgen er niet alleen uitgebreide technische begeleiding. Ook financiën en bedrijfsvoering krijgen alle aandacht. Zo wordt het PSP eigenlijk ook een speciaal bedrijfsverzamelgebouw. Het Polymer Science Park heeft duidelijk toegevoegde waarde voor de regionale economie van Zwolle dat meer is dan een stad van ambtenaren, witte boorden en zakelijke dienstverlening.

Staten- en raadsleden aan zet bij Innovatiedriehoek Twente

carre_nanolab-1Als belangrijk onderdeel van de regionale economie heeft de provincie Overijssel een speciaal programma gemaakt voor de zogenoemde Innovatiedriehoek Twente. Daarmee is het mogelijk om flink te investeren in versterking van het vestigingsklimaat voor vernieuwende bedrijvigheid. Bovendien is deze ook gekoppeld aan kennisinstellingen (zoals Universiteit Twente).

De Innovatiedriehoek Twente richt zich vooral op gebiedsinrichtingen in Hengelo en Enschede zoals het Hart van Zuid en het Kennispark Twente..Als PvdA steunen wij dit; wij willen dat Twente een technologische topregio wordt.Provinciale Staten kregen van GS een voorstel dat bol stond van allerlei projecten, rijp en groen door elkaar. Er zaten projecten bij die uitgevoerd kunnen worden, zoals de Laan Hart van Zuid. Maar ook projecten waarover nog politieke discussie gevoerd wordt zoals de Noordelijke Ontsluiting Enschede-Kennispark Twente.

Dat leverde een rommelig beeld op waartegen ik ernstig bezwaar maakte. Het grootste kritiekpunt was dat PS werden geacht te kiezen voor een onvolledig en op punten onduidelijk voorstel. En dan ook alvast een fiks aantal miljoenen vrijmaken. Zo doen we dat niet!

Als PvdA-statenfractie diende ik een wijzigingsvoorstel in, mede namens de fracties van CDA, D66 en ChristenUnie. Via dit amendement schrapten we een aantal projecten (waaronder veel wegenaanleg) die wij nu nog niet rijp vonden voor besluitvorming.

Via een aanvullende motie van de PvdA (ook gesteund door CDA,D66 en CU) gaven we GS de opdracht dit jaar een uitgebreide en brede informatiebijeenkomst te organiseren over de huidige en toekomstige ontwikkelingen van de Innovatiedriehoek Twente. Deze informatie is niet alleen bestemd voor de statenleden. Ook de raadsleden van betrokken gemeenten moeten over dezelfde kennis beschikken. Op deze manier worden PS en gemeenteraden in positie gebracht om eventueel plannen bij te stellen. Daarna kunnen GS opnieuw met voorstellen komen voor projecten. Het amendement en de motie werden met algemene stemmen aangenomen.

Aarzelend akkoord met provinciegeld voor verplaatsing Stork

StorkIn het najaar 2012 hebben we het ook over het toepassen van een opvallend fenomeen: een Special Purpose Vehicle (SPV) voor de financiering en verplaatsing van Stork naar de Kanaalzone in Hengelo. Dit is een  aparte juridisch-economische constructie waarbij de provincie geld stopt in nieuwe bedrijfshuisvesting van Stork Holding. Dat kost ruim 21 miljoen. Stork betaalt jaarlijks huur.

Wij hikten nogal aan tegen deze SPV. Want moet je geld van de provincie op deze manier inzetten voor een bekend, internationaal opererend bedrijf dat niet echt armlastig is? Wij hadden daar moeite mee en voordat dit voorstel in PS aan de orde kwam, stelde ik  hierover kritische vragen aan GS onder meer over risico’s van verboden staatsteun.

De antwoorden kwamen snel en stelden ons voldoende gerust. Alle risico’s waren goed onderzocht en acceptabel. Zo’n SPV is mogelijk. Stork betaalt deze af in 20 tot 25 jaar tijd.

De PvdA knokt altijd voor behoud en uitbreiding van werkgelegenheid; voor innovatieve banen en werk voor lager opgeleiden. Dat is allemaal mogelijk in het Hart van Zuid. Stork is daar een goed voorbeeld van, maar ook een bedrijf als Siemens past in dat beeld. Bovendien heeft Siemens de gebouwen van Stork in die buurt nodig voor uitbreiding van producties. Daarom is het nodig dat Stork verhuist naar de Kanaalzone. Daar komt nog bij dat hierdoor ook de Laan Hart van Zuid richting A35 kan worden aangelegd. De PvdA levert ook graag een bijdrage aan herstructurering van oude bedrijventerreinen (Kanaalzone) en aan vernieuwende binnenstedelijke ontwikkelingen (Hart van Zuid).

Als zo’n SPV nodig is om tot overeenstemming te komen met Stork Holding en zo een positief domino-effect te bevorderen binnen het Hart van Zuid, dan verzet de PvdA zich daar niet tegen.

 

 

 

 

Innovatie in Overijssel scoort middelmatig

Innovatie is van groot belang voor economische groei. Provincies met stedelijke gebieden kennen doorgaans een hoger opleidingsniveau, meer kenniswerkers en creatieve banen. Dat is essentieel voor het innovatiepotentieel. Uit onderzoek van het ING Economisch Bureau blijkt dat de provincie Utrecht lijstaanvoerder innovatie is van Nederland. Noord Holland volgt op de tweede plek en Noord Brabant is derde. Zeeland en Drenthe bungelen onderaan. En Overijssel?  Een plek in de grijze middenmoot. Dat is het en dat valt me eigenlijk tegen.

In het algemeen hebben stedelijke gebieden een goed innovatieklimaat. Het opleidingsniveau ligt hier gemiddeld hoger en er zijn meer kenniswerkers actief. De creatieve sector is er meesrtal goed vertegenwoordigd. De aanwezigheid van onderwijsinstellingen, met name universiteiten, levert hierbij een positieve bijdrage.  Verder  telt de leefbaarheid van de regio zwaar mee om een prima innovatieklimaat te scheppen en te onderhouden. Een kwalitatief hoogwaardig woning- en winkelaanbod, horeca en culturele voorzieningen zijn onmisbare elementen van een aantrekkelijk leefklimaat. Hierop gedijt de innovatie, de kenniseconomie, de werkgelegenheid van nu en voor de toekomst. Een hoog aanbod van voorzieningen trekt kenniswerkers aan en maakt de regio interessant voor nieuwe bedrijven.

Het Economisch Bureau van de ING heeft al deze aspecten per provincie gewogen. En daaruit is een scorelijst gemaakt. Overijssel zakt gelukkig niet door het ijs zoals onze buurprovincie Drenthe maar doet het bijvoorbeeld toch slechter dan onze andere buurprovincie, subtopper Gelderland. We zitten in de middenmoot, onder aan het linkerijtje. Dat kan en moet beter.

Het ING-bureau meldt een relatief groot aantal innovatieve banen in de Overijsselse machinebouw, rubber-, kunststof-, hout-, glas- en meubelindustrie. Daaraan hebben we onze middenpositie te danken als het om innovatiepotentieel gaat. Tegenvallend is het achterblijven van de creatieve banen en het aantal kenniswerkers ten opzichte van het Nederlands gemiddelde.

Opmerkeijk goed doet de regio rond Deventer het in het ING-onderzoek.. Dankzij top 10-noteringen op opleidingsniveau, creatieve- en innovatieve banen behoort de stadsregio Deventer zelfs tot de 5 regio’s in ons ;land met het hoogste innovatiepotentieel. Een flink aandeel hierin leveren de bedrijven AkzoNobel, Tauw, Witteveen+Bos, en Kluwer. Gefeliciteerd Deventer!

Opvallend is het rapport over Twente. Deze regio heeft relatief weinig kenniswerkers, en een beperkt deel hoger opgeleiden en dat ondanks de aanwezigheid van de Universiteit Twente. Er zijn de nodige innovatieve banen bij ondernemingen als Ten Cate, Thales en Norma. Natuurlijk blijft de UT  een pluspunt, want deze instelling zorgt wel voor een flink aantal kennis- en onderzoeksinstituten.

Maar ik had, eerlijk gezegd, verwacht dat “ innovatief Twente” het beter zou doen, en zelfs hoger zou uitkomen dan de regio Deventer. Nou, houd ik niet van regionale wedstrijdjes op dit gebied. Daar gaat het ook niet om.

Uitgangspunt is dat de stedelijke regio’s in Overijssel nog meer investeren in innovatie en met name in creatieve banen. Dat verdient alle (financiele) steun van de provincie Overijssel.

Het ING-rapport geeft heel goed aan dat samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven leidt tot een stijgend innovatiepotentieel. Een goed voorbeeld daarvan is de “Twentse innovatieroute” met daarin een leidende rol van de Regio Twente en Netwerkstad (Enschede, Hengelo, Borne en Almelo). Dit soort initiatieven blijven hard nodig, zeker in het licht van de labiele economische ontwikkeling op dit moment.

Het ING-rapport houdt ons scherp en geeft energie om nog meer te investeren in de innovatieve, nieuwe economie.