Economie Overijssel krimpt, tijd voor herijking economisch beleid

kantoor te huurDe economie kruipt langzaam uit het dal maar de werkloosheid blijft stijgen. Dat is landelijke beeld. De situatie in Overijssel is helaas zorgelijker. In 2013 een krimp van ruim 1 procent. In Twente zelfs min 2%. Dat zijn de treurige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het jaar 2012 stond vooral in het teken van vormgeving nieuw regionaal economisch beleid. De provincie ging meer vraag-gestuurd werken. Dat betekende goed luisteren naar ondernemers en kennisinstellingen en op basis daarvan beleid maken dat haalbaar en realistisch zou moeten zijn. Onderdelen van dit economisch beleid zijn uitgewerkt in investeringsbesluiten en sinds eind 2012 in uitvoering.

Als we na drie jaar statenperiode terugkijken op de vorderingen van het regionaal economisch beleid dan constateert PvdA dat er heel veel beleid is gemaakt, maar dat stevige economische effecten er nauwelijks zijn. Het lukt niet om flinke meters te maken, zeker niet als het om werkgelegenheid gaat. Dat terwijl de budgetten voor economie in deze statenperiode veel hoger zijn dan in de vorige (circa 2x meer). Dit blijkt o.m. uit de jaarstukken 2013 van de provincie. Daarom is het goed om dit regionaal economisch beleid grondig te evalueren in relatie tot economische ontwikkeling en werkgelegenheid in regio’s van Overijssel. In de statencommissie regionaal economisch beleid stelden we dit onlangs voor en gedeputeerde Rietkerk zegde toe mee te werken aan zo’n evaluatie. Afgesproken is deze in september gereed te hebben en daarna te bespreken in de commissie. Niet alleen de PvdA had behoefte aan herijking of het leggen van andere accenten in het economisch beleid van Overijssel. Deze signalen gaven ook ChristenUnie,CDA,D66 en GroenLinks af.

Belangstelling innovatie                                                                                                                                                                                                                                                                        Ondernemers blijken veel belangstelling te hebben voor innovatie, maar uitvoering van het provinciaal innovatieprogramma blijft achter. Reden: de lange voorbereidingstijd en looptijd van de aanvragen en de financiële mogelijkheden van ondernemers die kennelijk beperkt zijn..Zo is de uitgave van innovatievouchers (een soort waardebonnen) voor gebruik in innovatiecentra kleiner dan verwacht omdat bedrijven zelf niet of nauwelijks in staat zijn om zelf minimaal de vereiste 50% cofinanciering in te brengen. De PvdA stelde voor om die bijdrage van de bedrijven te verlagen tot onder de 50%. Gedeputeerde Rietkerk meldde die cofinanciering te beperken tot 30%. Helaas loopt het herstructureringsprogramma bedrijventerreinen achter. Ook hier bestaat het probleem met cofinanciering maar dan door gemeenten. Ook hier is de vraag aan de orde wat GS denken te ondernemen om de noodzakelijke herstructurering van verouderde bedrijventerreinen goed op gang te brengen en te houden? Rietkerk vertelde op korte termijn met de nieuwe wethouders economie hierover te gaan overleggen. Daarbij komt ook de hoogte van de gemeentelijke cofinanciering aan de orde. Die zou volgens de gedeputeerde best onder de 50% kunnen uitkomen.

Kleinere bedrijven doen het beter                                                                                                                                                                                                                                                                      Hazemeijer HengeloIn al die tegenvallende economische ontwikkelingen in Overijssel is gelukkig toch ook een opvallend positief punt te zien. Dat is de groei van de kleinere bedrijven: ruim 1 procent in 2013. Het is belangrijk dat deze bedrijven ruimte krijgen en steun zodat ze kunnen groeien en zorgen voor meer banen. De PvdA pleit hier constant voor en heeft dit ook kunnen verankeren in het economisch beleid van Overijssel. En met succes, want de kleinere bedrijven blijken vaak groeibriljanten te zijn.

Vertrek Oost NV uit Enschede leidt niet tot banenverlies

Oost NV logoOost NV vertrekt eind dit jaar uit Enschede en verhuist naar Apeldoorn. Banen blijven behouden en het werk van de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor de regio Twente gaat door. Dat antwoordde gedeputeerde Rietkerk op 14 mei n de statencommissie economie op vragen van de PvdA-fractie.  In de media verschenen onlangs berichten over het plan van de directie van Oost NV om haar vestiging in het Ondernemershuis in Enschede te sluiten “om strategische en organisatorische redenen”. Steeds meer medewerkers zouden op diverse locaties werken zoals in de omgeving van de Universiteit Wageningen en Kennispoort Zwolle. Om die redenen zou Oost NV meer behoefte hebben aan een centraal gelegen hoofdkantoor en dat blijkt Apeldoorn te zijn.  De PvdA-fractie was verbaasd over dit besluit van deze organisatie waarvan de provincie Overijssel een van de aandeelhouders is. Rietkerk gaf toe ingestemd te hebben met het vertrek van Oost NV uit Enschede (en ook uit Arnhem) maar wel onder harde voorwaarden. De vestigingsplek in het Ondernemershuis wordt opgeheven om zo jaarlijks 165.000 euro te besparen. Alleen de administratie verkast naar Apeldoorn en de beleidsmedewerkers, adviseurs ,etc blijven werken op diverse plekken zoals het Kennispark bij de Universiteit Twente. Ontslagen vallen er gelukkig niet. Oost NV maakt jaarplannen voor de regio’s Twente, Zwolle en Deventer met resultaatafspraken. De regionale ontwikkelingsmaatschappij zal vooral via de zogenoemde innovatielokketten werken en doorgaan met het stimuleren van vernieuwingen in het bedrijfsleven en deelnemingen in veelbelovende ondernemingen.         De gedeputeerde was het met de PvdA eens dat de provincie Overijsel door eigen beleid geen arbeidsplaatsen op het spel zet. Zeker niet in Twente waar de werkloosheid schrikbarend hoog is en maar blijft stijgen. Oost NV touch screen

 

 

Innovatie redt bouwsector, maar banen nemen af

woningen in aanbouwHet is al weer bijna 3 jaar geleden dat statenleden met vertegenwoordigers van de bouwsector in een rondetafelconferentie spraken over de crisis in de bouw. Die was toen op een dieptepunt. Maar hoe gaat het nu met de bouw? Blijft het ploeteren of zien we een opleving? Om antwoorden op die vragen te krijgen brengen de woordvoerders regionale economie werkbezoeken aan bouwbedrijven. Zo waren we onlangs in Hardenberg waar we interessante ontmoetingen hadden met de directie van de Van Dijk Groep, met de Nederlandse Vereniging voor Utiliteitsbouw en met de firma Rook uit Vollenhove.

Drie jaar geleden was de conclusie van de PvdA en vele andere fracties dat vernieuwingen in de bouw van levensbelang zijn: voor het binnenhalen van voldoende opdrachten en voor behoud van werkgelegenheid. De bouwbedrijven geven aan dat innovatie inderdaad erg belangrijk is voor het voortbestaan van aannemers. De Van Dijk Groep is daar een goed voorbeeld van. Dit bedrijf is grotendeels overgeschakeld op een vorm van industriële bouw. Woningen worden in een fabriek gemaakt in delen die op de bouwplaats in elkaar worden gezet. Dat gaat snel en is goedkoper. Zo is Van Dijk met deze bouwmethode een voorhoedespeler geworden in Oost Nederland. Vernieuwend bij dit Hardenbergse bedrijf is een mooi concept voor de bouw van complete zorgunits die met een kraan eenvoudig achter woningen worden geplaatst. Ouderen kunnen op die manier zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen.

Helaas betekenen dit soort ontwikkelingen niet dat er veel banen behouden bleven bij Van Dijk. Voor de crisis werkten er rond de 300 mensen. Nu is dat nog maar de helft. De directie verwacht niet de werkgelegenheid op korte termijn toeneemt. Het bedrijf heeft de crisis overleeft en gaat vooruit. Dat is de winst.                                                                   Dat beeld kregen we ook van het gesprek met de Nederlandse Vereniging voor Utiliteitsbouw en bouwbedrijf Rook uit Vollenhove. Zij vertegenwoordigen de kleine bouwondernemers. Zij kwamen met sombere signalen. Het zijn de kleine familiebedrijven in de bouw die grote moeite hebben het hoofd boven water te houden. Vaak lukt dat niet en gaan ze failliet. Het werd ook wel duidelijk dat juist deze kleine bedrijven met klassieke bouwmethoden werken en mede daardoor kwetsbaar zijn. Als deze bedrijven in staat en bereid zijn met elkaar samen te werken, hun krachten te bundelen dan kunnen ze innovatieve projecten opzetten. Dat vergroot hun overlevingskansen en zo houden ze meer bouwvakkers aan het werk. Dat brengt me op het bouwvak. Daar is veel aan de hand. De traditionele all round vakman verdwijnt. Jonge mensen worden opgeleid voor deelterreinen in de bouw. Ze leren muren van beton en stenen maken of kozijnen met glas. De bouwvakker die alles kan, is schaars en wordt alleen ingezet voor restauratie en renovatie van gebouwen. Dat is logisch, maar het maakt ook wat triest.

woningen in aanbouw 2De bouwsector zal best aantrekken, maar het bouwvolume komt niet terug op het niveau van voor de crisis. Naast restauratie en renovatie van gebouwen zal er bepekt sprake zijn van nieuwbouw. De PvdA ziet ruimte voor bouw van sociale en middel dure huurwoningen en nieuwe koophuizen voor starters. De bouwsector is conservatief, maar ontkomt niet aan verdere vernieuwing zowel qua bouwmethoden als organisatievorm. Dat is de duidelijke boodschap uit de bouwsector zelf.

 

PvdA-motie leidt tot goed advies planschade bij leegstandsbestrijding kantoren

kantoor te huurHet is alweer anderhalf jaar geleden dat statenbreed een PvdA-motie werd aangenomen die tot doel had op landelijk niveau financiële maatregelen te ontwikkelen die leegstandsbestrijding van kantoren en ander commercieel vastgoed soepeler kunnen laten lopen. De door mij ingediende motie heeft via het Inter Provinciaal Overleg (IPO) en het Rijk geleid tot een interessante notitie van prof. A.G. Bregman over het terugdringen van planologische overcapaciteit en het risico van (plan)schade daarbij. Het advies van deze topdeskundige laat zien dat het argument dat je vaak hoort over risico’s van planschade geen probleem hoeft te zijn als je maar op tijd duidelijk maakt dat bestemmingen gewijzigd worden. Dat houdt in dat 1 tot 2 jaar voordat een nieuw bestemmingsplan in procedure komt, dit moet worden aangekondigd. Projectontwikkelaars weten het op tijd en kunnen deze nieuwe ontwikkelingen, bestemmingen benutten. Doen ze dat niet dan kunnen ze geen schadeclaims indienen. Dit vindt de PvdA belangrijk omdat hierdoor een financiële blokkade wegvalt . Op die manier is het vinden en realiseren van nieuwe bestemmingen voor leegstaande kantoor- en andere gebouwen beter mogelijk. Dat gaat zelfs veel verder dan leegstandsbestrijding. Hier zit ook een link met het terugdringen van overcapaciteit van (bouw)plannen waarover Provinciale Staten discussiëren in het kader van de slechte grondposities van gemeenten. Het advies van prof. Bregman is daar ook goed toepasbaar. Op ons aandringen pakken Gedeputeerde Staten dat ook op.Het is mooi om te zien dat Deventer en Zwolle het Bregman-advies gebruiken. De PvdA wil dat de provincie ook de andere gemeenten in Overijssel stimuleert om dit te doen.

GS melden in een brief dat zij kijken naar de ervaringen van de provincie Utrecht die actief met gemeenten afspraken maakt voor het schrappen van (overbodige)plannen en het veranderen van onrendabele bestemmingen. Utrecht loopt voorop en krijgt ook nog eens steun van minister Melanie Schulz (infrastructuur en milieu). Zij antwoordde enthousiast op vragen van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer die haar mening vroeg over de “Utrecht-methode”. Daar wordt met gemeenten een ruimtelijke structuurvisie kantoren gemaakt en daarna volgen er zogenoemde provinciale inpassingsplannen die dit allemaal planologisch borgen.De PvdA-statenfractie wil dat Overijssel het goede voorbeeld van Utrecht volgt en zo ook haar doorzettingskracht gebruikt.

te huur gebouwDe uitvoering van de PvdA-motie heeft even op zich laten wachten maar met het resultaat zijn we tevreden. Het “Bregmanpaper” geeft een boost aan de provincie en gemeenten, zoals Enschede, om samen met marktpartijen zoals projectontwikkelaars te komen tot nieuwe maatschappelijke en economische functies voor leegstaand commercieel vastgoed. Zo gaan we van leegstand naar welstand.

Oeroude vlasteelt stimuleert economische innovatie

René zaaide ook vlas op de Usseleres

René zaaide ook vlas op de Usseleres

Bij vernieuwing van de agrarische sector denk je aan nieuwe high tech melkmachines, aan biovergisting, aan goed geïsoleerde stallen en apparatuur om vieze lucht te zuiveren. Maar is het telen van oude gewassen ook innovatie? Ja!.    Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij een primeur : het zaaien van het eerste vlaszaad op de Usseleres in Enschede. Daar was een stuk grond van zo’n 4 hectare vrijgemaakt voor het telen van vlas, een oeroud landbouwgewas dat hier 100 jaar eerder ook werd verbouwd. De Usseleres is nu eigenlijk bestemd als bedrijventerrein. Maar ondernemingen komen er voorlopig niet en de grond blijft gewoon voor agrarische doelen beschikbaar. Jaar in, jaar uit schoot er metershoge mais uit de grond. Leuk voor het vee dat het als voer opat. Maar het leverde een dodelijk saai beeld op in het landschap van de bollende es. Die tijd is nu voorbij. Mais maakt plaats voor de kracht van het vlas: innovatie in de landbouw en nog wel bij de stad Enschede. Op de Usseleres kan het vlas naar verwachting worden geoogst in augustus. Het is zogenoemd olievlas; het levert lijnzaadolie op dat weer grondstof is voor de verf. Deze wordt in de buurt verwerkt door een schildersbedrijf.

Vlas levert van oudsher (al 6000 jaar lang) textielvezel, maar in deze tijd zijn er veel meer toepassingen. Het zit bijvoorbeeld in dakplaten met vlasisolatie, in scheidingswanden en vlaswol. Er wordt nu ook nog linnen van gemaakt en ook touw en papier. Bijzonder is de verwerking van vlasvezels in composieten (kunststoffen). En deze worden steeds vaker gebruikt door de auto-industrie. Zelfs in de medische wetenschap worden er proeven genomen met biocomposiet (inclusief vlasvezels) in nieuwe gewrichten, etc.

Positief is ook dat het verwerken van vlas in de meest uiteenlopende nieuwe producten gebeurt door bedrijven en instellingen in Overijssel. Zo ontstaat hier een interessante “biobased” economie die werkgelegenheid oplevert voor hoger en lager opgeleiden. Na 1 seizoen maakt het vlas plaats voor een ander landbouwgewas, zoals tarwe (spelt). Dan komt het vlas weer terug. Deze gewasrotatie gaat zo 5 jaren door. Voor deze periode zijn er contracten afgesloten met de agrariërs. Dit seizoen wordt er op de Usseleres en ook bij Glanerbrug in totaal op 14 hectare grond vlas geteeld.                                                    Vanuit de historie zit de kracht van vlas nu in de innovatie en in de duurzame, groene economie. Daarbij zijn Enschede en Overijssel gangmakers. Zo zie je maar hoe stad en platteland elkaar kunnen versterken. De PvdA is blij met dit project.

Tussen de witte boorden bloeit de chemie in Zwolle

PSP logoZwolle is een stad waar de zakelijke dienstverlening bloeit en groeit. Zwolle is booming met glinsterende kantoorgebouwen. De witte boorden voeren er de boventoon. Zeker, de economische vooruitzichten van de hoofdstad van Overijssel zijn zonder meer goed te noemen. Dat positieve verhaal wordt verder versterkt door een verrassend, nieuwe groeibriljant: de kunststoffensector. Verrassend? Ja, maar eigenlijk heel logisch met bekende bedrijven als Wavin, DSM, Van Wijhe Verf die in Zwolle en ver daarbuiten hun markten hebben veroverd.

Deze ondernemingen hebben de handen ineen geslagen en vormen samen met Hogeschool Windesheim, Deltion College (mbo) en de Universiteit Twente het Polymer Science Park. Innovatie staat in dit nieuwe instituut centraal. Het PSP is ondergebracht in het voormalige fabriekspand van Philips aan de Ceintuurbaan. De woordvoerders economie van de statenfracties brachten er een werkbezoek om met eigen ogen te zien hoe deze deels met provinciegeld gefinancierde  instelling van start is gegaan.

Open innovatiecentrum

PSP 3d printerHet Polymer Science Park is een zogenoemd open innovatiecentrum voor kennisontwikkeling op de gebieden van kunststoffen en coatings. Het biedt uiteenlopende faciliteiten voor onderzoeken, metingen en het bedenken van nieuwe producten. Er zijn 3 grote en maar liefst 50 kleine projecten in uitvoering in combinatie met de kennisinstituten. De chemie tussen al deze samenwerkende partners leidt tot innovaties. Dat betekent waarde-creatie en nieuwe banen. Harde cijfers kregen we trouwens niet. Daarvoor bestaat het PSP nog te kort (circa 2 jaar), maar het begin lijkt veelbelovend. Interessant is het onderzoek dat er plaatsheeft naar beter en gevarieerder gebruik van 3d-printers en de kwaliteit van de kunststof waarvan de 3d-objecten worden geproduceerd. Zo wordt er nauwkeurig gekeken naar de mogelijkheden voor hergebruik van plastics die wij allemaal tegenwoordig gescheiden houden en inzamelen. Bij Hogeschool Windesheim en bij het Deltion College (middelbaar beroepsonderwijs) is er tegenwoordig meer aandacht voor opleidingen voor de kunststofbranche. Dat was hard nodig want deze opleidingen waren zelfs helemaal verdwenen. Ze worden nu weer nieuw leven ingeblazen en zo komt er meer, goed geschoold technisch-chemisch personeel voor de polymeersector in de regio Zwolle.

Startende bedrijven

PSP machineHet PSP gaat onderdak bieden aan startende bedrijven. Er wordt nu ruimte vrijgemaakt voor 4 jonge starters die er in april beginnen. Ze krijgen er niet alleen uitgebreide technische begeleiding. Ook financiën en bedrijfsvoering krijgen alle aandacht. Zo wordt het PSP eigenlijk ook een speciaal bedrijfsverzamelgebouw. Het Polymer Science Park heeft duidelijk toegevoegde waarde voor de regionale economie van Zwolle dat meer is dan een stad van ambtenaren, witte boorden en zakelijke dienstverlening.

Provincie investeert in Twente met Enschede als koploper

PolaroidgebouwIn de laatste vergadering van 2013 zijn Provinciale Staten zonder morren akkoord gegaan met een investering van bijna 21 miljoen euro in projecten van de Netwerkstad Twente.  Met bijdragen van de betrokken gemeenten (40 miljoen) en van andere partners (cofinanciering van 30 miljoen)  is in totaal ruim 90 miljoen euro beschikbaar voor het uitvoeren van 13 zogenoemde vliegwielprojecten. De start van de realisatie is voorzien voor 2014/2015.  De projecten moeten leiden tot verbetering van de binnensteden, versterking van het economisch (vestigings) klimaat en het binden van mensen met talenten en kennis aan de regio Twente. Interessant is de afspraak dat de netwerksteden Enschede, Hengelo, Borne, Almelo en Oldenzaal zich scherper gaan concentreren op die woon- en werklocaties die de meeste toevoegde waarde opleveren voor de hele regio. Zij gaan samen strategisch programmeren zoals dat heet. Dat zal dé succesfactor moeten zijn voor een toekomstbestendige Netwerkstad Twente.

Van de projecten die op redelijk korte termijn aangepakt worden zijn er 4 in Enschede. Het gaat om de noordelijke spoorzone , het verbeteren van de bereikbaarheid van het openbaar vervoer waarbij economische functies, fietsvoorzieningen en voetgangers een belangrijke rol spelen. Een ander Enschedees project is de verbindingszone Stadscampus-binnenstad. Het is de bedoeling hier de zuidwestelijke binnenstad te versterken op gebied van economische ontwikkeling en innovatie (kennis, technologie, en zorg) stedelijke vernieuwing en bereikbaarheid. Het derde project dat in Enschede wordt gerealiseerd is de vestiging van de Nederlandse Reisopera (NRO) in de Performance Factory, de talentfabriek voor stad en regio op het voormalige Polaroidterrein. De doorontwikkeling van de International School Twente is het vierde project in onze stad. Deze onderwijsinstelling bestaat uit een onderdeel voor basisonderwijs en een voor voortgezet onderwijs.

De PvdA-statenfractie juicht de samenwerking van de Twentse steden in de Netwerkstad van harte toe. Er zijn goede afspraken gemaakt en vastgelegd in een degelijk werkprogramma en in een ambitieus ontwikkelperspectief voor de langere termijn (20140). De geplande investeringen in stedelijke kwaliteit en economisch klimaat vinden we positief en scheppen de verwachting dat de vijf steden en de regio Twente samen het goede spoor te pakken hebben. De PvdA-fractie heeft vele pogingen gedaan om de financiële bijdrage van de Provincie Overijssel voor de Netwerkstad Twente omhoog te krijgen. Bijna 21 miljoen euro lijkt heel wat, maar staat in geen verhouding tot wat Zwolle krijgt: meer dan het dubbele, 45 miljoen. Extra geld voor de Netwerkstad Twente wordt helaas geblokkeerd door de huidige coalitie van CDA, VVD, CU/SGP. Die combinatie heeft zijn langste tijd gehad, moeten we maar denken.