Zorgverzekeraars moeten transparant zijn over beleggingen

Zorgverzekeraars moeten transparant zijn over hun beleggingen in peperdure pillen.

Mijn nekharen gingen overeind staan toen vorige week berichten in de media verschenen over zorgverzekeraars die voor miljoenen beleggen in farmaceutische bedrijven die torenhoge prijzen rekenen voor hun medicijnen. Dat lijkt op gespannen voet te staan met hun eigen doelstelling de zorgkosten zo laag mogelijk te houden.

De Volkskrant noemde de zorgverzekeraars bij naam. Het gaat om: Zilveren Kruis, CZ, VGZ en het Enschedese Menzis. Zij hadden aandelen in omstreden ”pillenbedrijven” Biogen, Vertex, en Gilead.  Deze ondernemingen zijn berucht vanwege de idioot hoge prijzen die ze vragen voor medicijnen die vaak ook niet vergoed worden door…….de zorgverzekeraars. Patiënten zijn de dupe zeker als het gaat om mensen met zeldzame, levensbedreigende ziekten.

Hoogleraar Toine Pieters noemde dit “buitengewoon pijnlijk en pervers”.  Zo is dat. De zorgverzekeraars lieten weten zich ook zorgen te maken over de hoge prijzen voor medicijnen, maar dat zij als aandeelhouders invloed uitoefenen op de farmaceuten om die prijzen te verlagen. Nou, kennelijk met weinig succes. Bedenkelijk vind ik het gebrek aan openheid van de zorgverzekeraars.

Ik weet niet wat het beleggingsbeleid is van mijn zorgverzekeraar. U wel?  Ik ga hier opheldering over vragen bij de IZA, een onderdeel van VGZ, waar ik verzekerd ben. Eigenlijk zouden we dat allemaal moeten doen. Zo kunnen we meer invloed uitoefenen op onze zorgverzekeraars waaraan we jaarlijks hoge premies moeten betalen. En bovendien eisen dat die prijzen van dure medicijnen naar beneden gaan en dat iedereen die geneesmiddelen nodig heeft ze ook vergoed krijgt. We laten toch niemand stikken?

Positief vond ik het bericht dat het AMC ziekenhuis zelf medicijnen gaat maken en zo een goedkoper alternatief biedt voor de extreem dure pillen. Dat verdient navolging. Zouden de Ziekenhuis Groep Twente (ZGT) en het Medisch Spectrum Twente (MST) dat ook niet gezamenlijk kunnen doen? Misschien dat zorgverzekeraar Menzis in Enschede zich dan ook gaat bedenken. Dat zou pas gezond zijn.

Als mantelzorger help ik mijn moeder zelfstandig te blijven

Mantelzorg is een mooi sociaal begrip voor iets wat eigenlijk heel normaal is: zorgen voor je naasten. Vroeger zorgde je als kind voor je ouders als zij oud en gebrekkig werden. Je keek om naar mensen in je omgeving die ziek waren en hulp nodig hadden.

Gelukkig hebben we een welvaartsmaatschappij opgebouwd met goede, professionele voorzieningen en zijn ouderen en zieken niet afhankelijk van familie, buren of de kerk. Maar onze welvaatsmaatschappij is niet alles zaligmakend en piept en kraakt soms, vooral door de hoge kosten. Daarom moeten we zelf de handen uit de mouwen steken als mantelzorger als aanvulling op de professionele zorgvoorzieningen.

Uit eigen ervaring weet ik wat het is om mantelzorger te zijn. Ik ondersteun mijn moeder die onlangs 89 jaar geworden is en sinds het overlijden van mijn vader alleen en zelfstandig woont. Ik concentreer me vooral op allerlei regelwerk, doe boodschappen en maak regelmatig een praatje met haar. Mijn moeder is geestelijk goed bij en neemt zelfstandig beslissingen. Dat vind ik ook belangrijk. Laat oudere mensen in hun waarde en help en adviseer ze met de bureaucratische rompslomp.

Zo moest mijn moeder een personenalarmeringssysteem hebben omdat ze de laatste tijd vaak was gevallen in haar flat. Ik zocht uit hoe je zo’n systeem moest aanvragen, maar ma pakte zelf de uitvoering op. Binnen een maand was het geregeld. Ook de drempels in haar woning moesten verwijderd worden. Ook daar deed ik het voorwerk en mijn moeder  regelde het verder. Inmiddels is haar flat helemaal drempelloos. Het is mooi dat ze dit allemaal nog zo goed kan. Op die manier redt ze zich goed.

Alleen het schoonhouden van haar woning is lastig en niet te doen zonder huishoudelijke hulp. Eerlijk gezegd vind ik dat een heel gedoe. Tot 2015 had ze 4 uren huishoudelijke hulp per week. Toen de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning werd ingevoerd en de gemeente het met minder geld moest doen werd het aantal uren gehalveerd. Met 2 schamele uurtjes kon ze haar huis niet schoon en leefbaar houden. We hadden een pittig keukentafelgesprek maar de gemeente gaf geen duimbreed toe. De familie moest dan zelf maar het schoonmaakwerk doen. Doe dat maar eens als je een drukke baan hebt, een druk maatschappelijk leven en ook nog ,zoals ik, op 80 km afstand van mijn moeder woon.

Na een stevige discussie kwam de gemeente met de oplossing. Mijn moeder kon tijdelijk  een derde uur huishoudelijke hulp krijgen voor eigen rekening. Ja dat hebben we geaccepteerd, want je moet toch wat. Ik kijk uit naar het volgende keukentafelgesprek want dan krijgen we dit gedoe weer.

Wat wel goed loopt, van het begin af aan, is de hulp van de wijkverpleging. Zij zorgen voor oog druppelen en steunkousen. Eke dag komt er 2 keer een wijkverpleegkundige langs om dat bij mijn moeder te doen. En zo kan mijn moeder nog steeds op hoge leeftijd zelfstandig wonen en daar is het allemaal om te doen, toch?

Mantelzorg leveren doe ik met plezier want het is fijn om te zien hoe ma kwaliteit van leven houdt. Dat geeft mij energie om dit te blijven volhouden. Ik ken ook de verhalen van mantelzorgers die zelf onderuit (dreigen) te gaan. Dat blijft een risico. Waar ik chagerijnig van word is die hardnekkige bureaucratie en vaak stugge houding van de gemeente. Daar word ik soms doodmoe van. Dat moet echt veranderen. Daar moet de politiek scherp op zijn. Als iedereen meewerkt kunnen we onze ouderen, zieken en gehandicapten een goed leven bieden. Dat is het aller belangrijkste.