Expositie David Bowie geeft indrukwekkend beeld van wereldster

Op bezoek bij mijn dochter in Londen, die daar woonde en studeerde, was ik van plan naar de intrigerende expositie “David Bowie Is” te gaan. Dat was bijna drie jaren geleden. Er was veel te doen rond deze tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum. Ontzettend veel positieve publiciteit en meteen na de opening honderden meters lange rijen belangstellenden voor de ingang van dat museum.

Optimistisch en ook wel een beetje opgewonden probeerde ik een kaartje te krijgen. Nou, dat werd een enorme teleurstelling. In no time waren de tickets voor een half jaar uitverkocht. Ik viste achter het net. Een gemiste kans. Tot mijn stomme verbazing las ik via kranten en internet dat dezelfde expositie “David Bowie Is” vanaf eind 2015 te zien is in het Groninger Museum. Prachtig dat die Groningers dat voor elkaar hebben gekregen. Ik kocht meteen tickets, een tweede kans mag je natuurlijk nooit voorbij laten gaan. In februari kon ik dan toch naar “David Bowie Is”. Vlak voor die tijd kwam het schokkende bericht van het overlijden van een van mijn pophelden. En dan had hij ook net zijn laatste album uitgebracht op zijn verjaardag: Blackstar!   Dit alles bij elkaar maakte een bezoek aan “David Bowie Is” een bijzondere gebeurtenis. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Toen David Jones, als David Bowie, zijn indrukwekkende loopbaan als popartiest/kunstenaar begon met Space Oddity, was ik een brugpieper van 13 jaar op de middelbare school. Ik was meteen verkocht. David Bowie schreef en zong prachtige liedjes, kleedde zich avangardistisch, was meteen al een rolmodel en cultheld voor een nieuwe generatie van de vrije expressie. Dat zou hij zijn leven lang blijven. Dat is ook heel goed te zien en te volgen bij de expositie “David Bowie Is”. Alle bezoekers krijgen een headset op en lopen daarmee door de hele tentoonstelling. Je hoort fragmenten van David zelf die vertelt over zijn leven, muziek, zijn ervaringen in de culturele en popscene over de hele wereld. Ook zijn bekendste nummers hoor je en die corresponderen met de dingen die je ziet: foto’s, teksten, zijn extravagante kleding op poppen, instrumenten.

Zo loop je al hummend op zijn bekende nummers als Heroes, Rebel en Let’s Dance door de expositieruimte. Je bent ook niet de enige. Bijna iedereen zingt, schuifelt en danst. Een echte happening.

Bijzonder zijn de originele liedteksten van Bowie. Je ziet friemelige zinnen geschreven op notitieblocs of van die multomap-vellen met stansgaatjes. Die gebruikte ik op school ook. Een typische ervaring om grote wereldhits in het handschrift van Bowie te zien op veredelde kladbladjes. “David Bowie Is”, ook veel opvallende kledingstukken, van futuristische pakken, tot vreemde breisels die hij om zijn magere lichaam drapeerde. Je krijgt ook een aardig inzicht in de speelflms waarin Bowie acteerde zoals in Merry Christmas mr Lawrence en The man who fel lto earth. David is een verdienstelijk mimespeler geweest. Dat vormde eigenlijk de basis voor zijn podiumoptredens. Zo leerde hij met zijn lichaam spelen en kon hij met gezichtsuitdrukkingen emoties weergeven.

De laatste jaren van zijn muzikale en kunstzinnige leven komen nauwelijks aan bod. Dat is wel jammer. Het allerlaatste wat je van David Bowie ziet is een videoclip van zijn allerlaatste album Blackstar. Een door de kanker opgebrande David Bowie zingt, doet nog wat danspasjes en….. sterft……..

“David Bowie Is”. David Bowie Was een popartiest van wereldformaat. Van hem en van zijn muziek zal ik mijn leven lang blijven genieten.                                                                                                                                                           De expositie is tot eind april te zien in het Groninger Museum. Een absolute aanrader!

Succes dubbel-expositie Turner in Enschede en Zwolle smaakt naar meer

Turner IMG_2691Gevaar & Schoonheid, Turner en de traditie van het sublieme. Dat was de titel van een dubbelexpositie van de beroemde Engelse kunstschilder J.M.W.(William) Turner in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede en museum De Fundatie in Zwolle. Het opmerkelijke werk van Turner (1775-1851) zie je zelden buiten Engeland en het was dan ook een buitenkansje om zijn indrukwekkende schilderijen te zien in mijn huidige woonplaats Enschede en in mijn geboorteplaats Zwolle. Deze expositie in twee musea waren samengesteld rond vier thema’s: water, vuur (in De Fundatie) en Aarde en Lucht (in het Rijksmuseum). De samenstellers van deze tentoonstellingen hebben bijzonder werk geleverd door de werken van Turner te laten zien in samenhang met enkele van zijn voorgangers (o.a. Rembrandt) en met kunstenaars die door hem zijn geïnspireerd (Claude Monet, Courbet, Armando, Mondriaan). Mooi om al die verschillende werken te vergelijken met de kleurrijke doeken van Turner. In zijn hele kunstenaarsleven gebruikte hij vaak felle kleuren in grote wat lege landschappen waarin de mens heel klein afgebeeld werd in een overweldigende omgeving. Op zijn vele reizen door Groot Brittannië en Europa (vaak Nederland, Zwitserland, Italië) schetste hij de woeste zee, vulkaanuitbarstingen, de enorme waterval van Schaffhausen. Dat deed hij vooral in zijn latere periode tot aan zijn dood met even woeste streken. Veel schilderijen van Turner uit die tijd zijn bijna abstract, expressionistisch te noemen. Prachtig vind ik dat. De energie spat nog steeds van zijn doeken. En dat raakt. Deze dubbel-expositie heeft in een paar maanden vele tienduizenden bezoekers getrokken. Dat is natuurlijk een groot succes. Dat smaakt ook naar meer. Basisvoorwaarde is dat musea in Overijssel nog meer en beter samenwerken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe zouden nooit alleen zo’n Turner-expo voor elkaar hebben gekregen. Dat kost nu eenmaal veel menskracht en geld. Door goed en slim samen te werken kom je tot meer kwaliteit en tot succes. Dat trekt ook meer sponsoren aan en subsidies, zoals bij Turner, van de provincie Overijssel en de gemeente Enschede. Als we met elkaar die positieve lijn doortrekken dan kunnen we in de nabije toekomst nog leuke exposities tegemoet zien. Mondriaan, Jongkind, Cobra (met Karel Appel en Wolvecamp), Zou dat niet fantastisch zijn?

Somber stadshart weerspiegelt economische problemen Enschede

centrum2Enschede, december 2015. Dit jaar bijna voorbij. Een economisch moeilijk jaar voor de stad. FC Twente en Het Symfonieorkest ternauwernood gered van een faillissement. Winkels die op de fles gingen of binnenkort verdwijnen met als verwacht dieptepunt V&D. Nederland klimt uit een economisch dal, maar Twente en Enschede worstelen nog om boven te komen. Deze somberheid wordt weerspiegeld in het centrum van de stad. Het centrum3koopcentrum van het oosten oogt grauw; allesbehalve sfeervol “kerstig” zoals je gewend bent om deze tijd van het jaar. Aankleding van de winkelstraten is mager. Je ziet een paar wit-plastic-kerstboompjes voor de etalages, een paar lichtslingers. Veel meer is het niet. Op de Oude Markt een ijsbaantje met cafeetje. Triest dieptepunt is het kale Ei van Ko. Jarenlang was het een goede gewoonte om er een grote kerstboom te plaatsen die door een inwoner van de stad centrum4beschikbaar was gesteld. Ik heb dat zelf een aantal jaren geleden ook gedaan. Een prachtig gezicht was dat altijd! En dit jaar: niks! In Tubantia geven gemeente en Enschede Promotie elkaar de schuld. Gemeente: “Enschede Promotie zou daar voor zorgen”. Enschede Promotie: “Nietwaar dat doet de gemeente altijd!” Onvoorstelbaar kinderachtig. Dan wordt het Kerstmis en het plein blijft gewoon leeg. Een aanfluiting! Wat me boos en verdrietig maakt is dat hier sprake centrum8is van slechte communicatie, gebrek aan openheid en samenwerking. Dit is volgens mij de diepere oorzaak van veel zaken die misgaan in Twente en Enschede en dat is wat vanaf komend jaar beter moet. Dat is mijn wens voor 2016: betere communicatie, meer openheid en goede samenwerking in Enschede en ook in Twente.

Emotionele La Place-medewerkster                                                    Vlak voor Kerst haalde ik een paar broden bij La Place in Enschede. De jonge medewerkster die mij hielp wenste ik prettige feestdagen toe. Ze brak in tranen uit. Ze was net met haar baan begonnen en wist niet hoe lang ze na de kerstdagen kon blijven. Ik hoop vurig dat zij nog lang bij La Place kan blijven werken en dat voor haar en voor de stad deze zaak behouden blijft, net als V&D, DA en diverse schoenenwinkels.

FC Twente op weg naar vereniging met ledendemocratie

FC Twente landskampioenIn Dagblad Tubantia van vrijdag 18 december stond een interessant artikel over het initiatief van de drie grote supportersclubs van FC Twente om de vereniging FC Twente op te richten waar alle fans voor bijna 20- euro per jaar lid van kunnen worden. Deze vereniging verzorgt inspraak op opstellen profielen nieuwe commissarissen, stemrecht bij verkiezingen van die toezichthouders en leden betrekken bij de club. Volgens de initiatiefnemers is het nu hét moment om dingen anders te gaan doen. Zo is het. FC Twente is door het wanbestuur van Joop Münsterman en Aldo van der Laan keihard gestraft. Het uitlekken van een geheime bijlage van het contract met Doyen heeft de trotse profclub uit Enschede bijna de das omgedaan.

Het is mooi dat er vanuit de supporters nu actie komt voor een meer open en democratische organisatie. Dat is uit mijn hart gegrepen. Begin juni dit jaar schreef ik een blog en een opiniestuk in Tubantia onder de titel : “Maak van FC Twente een vereniging met ledendemocratie”. Voor de duidelijkheid herhaal ik nog even de kern van mijn voorstel: “Ik zou graag zien dat deze diepe crisis wordt gebruikt om de organisatie en de bedrijfscultuur van FC Twente ingrijpend te hervormen. Onze betaald voetbalclub in Twente/Enschede zou volgens mij een vereniging kunnen worden waar supporters lid van zijn. Deze leden kiezen een verenigingsraad met een dagelijks bestuur. Dit db bestaat uit een voorzitter, secretaris, penningmeester en een aantal bestuurders. De supportersclubs krijgen kwaliteitszetels en besturen zo mee. De verenigingsraad heeft beslissingsbevoegdheid over (meer)jaarlijkse beleidsplannen en begrotingen. Het dagelijks bestuur geeft leiding aan het commerciële voetbalbedrijf FC Twente. Dat kan een BV zijn. Het dagelijks bestuur legt verantwoording af aan de verenigingsraad en heeft een maximaal mandaat van 4 jaren (eventueel met herbenoeming voor maximaal nog zo’n periode). Deze verenigingsstructuur doet recht aan een open, democratische cultuur en biedt behalve binding ook echte invloed van mensen die werkelijk om de club geven. De vereniging neemt de plaats in van de Stichting FC Twente ’65 die nu de touwtjes in handen heeft als de aandeelhouder van FC Twente ’65 BV. Dit stichtingsbestuur bestaat uit 3 mannen die de uiteindelijke zeggenschap hebben over de BV. Een betaald voetbalclub met een verenigingsvorm kan goed werken, ook in combinatie met een commercieel bedrijf dat gaat over sponsoractiviteiten, aantrekken trainer, spelers, over de tv-rechten en contacten onderhoudt met overheden zoals de gemeente Enschede die FC Twente een lening verstrekte. Kijk bijvoorbeeld eens naar de Duitse profclubs. Vlak over de grens zijn er goede voorbeelden te vinden zoals Schalke ’04. Borussia Dortmund en Borussia Mönchengladbach. Dit zijn verenigingen met vele tienduizenden leden en een dagelijks bestuur. Deze clubs zijn uitstekend renderende en levendige organisaties die in Duitsland en in Europa aan de top staan. De praktijk bewijst dat ledendemocratie en commercieel succes samen kunnen gaan. Waarom niet bij FC Twente?. De goede voorbeelden vinden we naast de deur. Het is de moeite waard om een gedegen onderzoek te doen naar de mogelijkheden om van FC Twente een vereniging te maken met een open ledendemocratie. Nu is het moment om het roer om te gooien en FC Twente te hervormen. Dat betekent initiatief nemen en doorpakken”.

FC Twente sjaalsHet zaadje is geplant. Een half jaar later ontkiemt het idee en komt het initiatief uit de grond. Daar was kennelijk een zware verdieping van de crisis bij FC Twente voor nodig. In het Tubantia-artikel melden deze initiatiefnemers te onderzoeken welk verenigingsmodel het beste bij FC Twente past. Hoopvol is de toevoeging dat overal waar supporters hun profclub hebben overgenomen het een succesverhaal is geworden. Positief is ook de reactie van FC Twente. De club staat open voor goede ideeën en zegt nieuwe initiatieven niet uit de weg te gaan. Prachtig, dat is een ander geluid dan we gewend waren van FC Twente.

Maar het is de gemeenteraad van Enschede die zorgt voor een nieuwe en solide basis voor een betaald voetbalorganisatie in de stad door akkoord te gaan met een garantstelling van maar liefst 32 miljoen euro. Een van de voorwaarden die de plaatselijke politiek stelt is dat de supporters inspraak krijgen in een nog nader te bepalen vorm. Een PvdA-amendement met die strekking is unaniem aangenomen door de gemeenteraad.  Er kan nu getimmerd worden aan een nieuw, democratisch en financieel degelijk FC Twente. Als dat voor elkaar is, verbeteren zeker ook de sportieve prestaties van de Twents/Enschedese voetbaltrots. Daar ben ik van overtuigd.

Wmo-raad erkent klacht ontoegankelijkheid Rijksmuseum Twenthe voor gehandicapten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

hoofdingang Rijksmuseum Twenthe

In mijn vorige blog had ik het over de levensgevaarlijke lift van het Rijksmuseum Twenthe die een struikelblok is voor gehandicapten. Het museumgebouw aan de Lasondersingel heeft een nieuwe steile trap bij de hoofdingang. De prima functionerende hellingbaan moest daar plaats voor maken. Bij een bezoek aan het museum kwamen mijn dochter, die in een rolstoel zit, en ik er achter wat de merkwaardige en negatieve gdevolgen zijn. De lift is verborgen in het plaveisel en niet zelfstandig te bedienen door gehandicapten. Het plateau heeft geen beschermede veiligheidshekjes en bovenaan de trap moet een loodzware schanierende deur geopend worden voordat een rolstoeler of een oudere met rollator naar binnen kan. Een verbijsterende situatie. Wie verzint zoiets anno 2015?              Ik heb hierover een klacht ingediend bij de Wmo-raad Enschede en tot mijn vreugde kreeg ik binnen 2 weken een positief antwoord. De Wmo-raad erkent dat na de verbouwing van het Rijksmuseum de toegankelijkheid van het gebouw een stuk minder is geworden, zo niet nagenoeg onmogelijk. “Bij de verbouwing van het Rijksmuseum Twenthe is de keuze gemaakt een goede toegankelijkheid voor gehandicapten op te offeren aan een ander aangezicht van het museum”, zo merkt de Wmo-raad op die zelf de proef op de som heeft genomen. Een Wmo-raadslid heeft met zijn rolstoel dezelfde vervelende ervaringen opgedaan als mijn dochter en ik. De lift wordt aangemerkt als “niet bedrijfszeker, onveilig, onvoldoende zichtbaar, en onmogelijk zelfstandig te bedienen door een gehandicapte”. Deze kritiek is inmiddels ook bekend bij de directie van het Rijksmuseum Twenthe. Er is hierop geen actie ondernomen door de verantwoordelijken, waaronder de Rijksgebouwendienst. Hoewel de gemeente Enschede geen directe zeggenschap heeft over het museumgebouw, is het Rijksmuseum Twenthe wel een belangrijke openbare voorziening voor onze stad. En die horen gewoon goed toegankelijk te zijn voor gehandicapten en ouderen. Daarom spreekt de Wmo-raad in deze kwestie wethouder Hatenboer van cultuur aan. Hem wordt dringend verzocht erop toe te zien dat bij verbouwingen van openbare gebouwen in Enschede de toegankelijkheid voor mensen met een (fysieke) beperking gewaarborgd blijft, c.q. wordt gerealiseerd. De wethouder moet ook contact opnemen met de directie van het Rijksmuseum Twenthe om te komen tot een adequate oplossing voor de (slechte)toegankelijkheid voor bezoekers met een fysieke beperking. Mooi dat de Wmo-raad zo snel in actie is gekomen. Onze klacht is terecht en de situatie voor gehandicapten bij de hoofdingang van het Rijksmuseum Twenthe is urgent. Ik verwacht van de wethouder en de museumdirectie ook snelle stappen. Anders neem ik binnenkort contact op met Otwin van Dijk, Tweede Kamerlid PvdA. Als rolstoeler is ook hij ervaringsdeskundige en bovendien een gedreven politiek strijder voor verbetering van de positie van gehandicapten.

Gevaarlijke lift Rijksmuseum Twenthe is struikelblok voor gehandicapten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het Rijksmuseum Twenthe is een prachtige expositie te zien over het werk van William Turner. Afgelopen zondag gingen mijn dochter, die in een rolstoel zit, en ik vol verwachting naar het museumgebouw aan de Lasondersingel . We kwamen aan bij de hoofdingang, maar konden er niet in. We werden geconfronteerd met een steile trap. Deze is een vervanging van de vorige waar je als rolstoeler zelfstandig via een hellingbaan zo het museum in kon. Dat ontwerp was overigens van de bekende architect Van Berkel. Kennelijk was dat niet goed genoeg. De entree en de trap moesten weer authentiek zijn, passend bij het hoofdgebouw dat textielbaron Bernard Jan Van Heek liet bouwen eind jaren twintig van de vorige            eeuw.

Omdat we niet verder kwamen dan de voet van de hoofdtrap liep ik naar binnen om hulp te halen. Want hoe moest mijn dochter naar binnen? Was de hellingbaan niet vervangen door een lift? Jawel, een vriendelijke medewerker wees ons de weg. Wat bleek nu? Er was inderdaad een rolstoellift maar die was om esthetische redenen weggewerkt in de trap.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Links aan de zijkant van de steile trap is een piepklein koperkleurig bordje bevestigd met het bekende gehandicapten-pictogram. Het is nauwelijks is te zien. Op de straat merkten we een rechthoek op met een stalen rand eromheen. De medewerker legde uit dat mijn dochter met haar rolstoel precies moest plaatsnemen in die rechthoek. Daarna werd ze verzocht om op een eveneens koperen knopje te drukken.

De rechthoek met straatstenen kwam in beweging. Mijn dochter ging langzaam omhoog waarbij de stalen randen iets opklapten tot ongeveer 10 centimeter hoog. Een veiligheidshekje was er niet. De lift stopte aan de bovenkant van de trap. Ze was er nog niet, want eerst moest nog een muur openklappen. Werkelijk waar! Een deel van de muur schanierde als een loodzware kluisdeur, maar dan van steen. De museummedewerker trok uit alle macht de stenen muurdeur open zodat mijn dochter het plateau voor de toegangsdeur op kon rijden. En zo konden we verder naar de Turner-expositie.

De verbijstering was wel toeslagen bij ons. Wie verzint zo’n krankzinnige lift? Een hekje ontbreekt en dat is levensgevaarlijk. We zagen ook ouderen met een rollator die bevend van angst op dat licht schuddende plateautje stonden. Je zult als bejaarde je evenwicht verliezen en er van af vallen? Zo kun je wachten op zwaargewonden. En dan dat idiote zware muurtje dat je open moet duwen. Een valide man kan dat amper met veel pijn en moeite. Hoe moet een gehandicapte in een rolstoel of een oudere met rollator dat zelfstandig doen? Want dat zijn de regels: openbare gebouwen moeten toegankelijk zijn voor gehandicapten die ze op eigen kracht binnen kunnen gaan. Voor het Rijksmuseum Twenthe geldt dat niet? Natuurlijk wel. Waarom moest de publieksvriendelijke entree van Van Berkel nu plaatsmaken voor die wanstaltige steile Twentse trap? Wat heeft dat allemaal gekost , inclusief die verborgen, gevaarlijke rolstoellift ?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het Rijksmuseum zit in financieel zwaar weer. Een broodnodige rijkssubsidie is voor de poorten van de hel weggehaald. Dan stop je dat moeizaam verkregen geld toch niet in een steile trap met ondeugdelijke rolstoellift? Dit kan anno 2015 echt niet! Ik vraag me ook af of dit zomaar kan. Is hier geen advies geweest van de gehandicaptenraad? Heeft de gemeente hier zeggenschap over ondanks dat het een rijksgebouw is? Ik ga dat uitzoeken en hier werk van maken!

O ja, mijn dochter en ik hebben genoten van het werk van Turner. Geweldig! Dit soort exposities moeten vaker in het Rijksmuseum Twenthe te zien zijn. Of daar nog geld voor is?

foto’s verborgen en gevaarlijke lift voor gehandicapten.

Flexibiliteit nodig voor uitstroom uit de bijstand in kleine betaalde banen

De arbeidsmarkt verandert sterk en dat heeft gevolgen voor mensen met lagere opleidingen en bijstandsgerechtigden. Hoe houden of krijgen zij een baan? Hebben zij nog wel perspectief op betaald werk? Stromen mensen met een bijstandsuitkering voldoende uit naar banen? Is de aanpak van gemeenten aan of onder de maat?

DHLOm antwoorden te vinden op deze vragen en oplossingen voor de dilemma’s, organiseerde de PvdA Enschede een meedenkbijeenkomst in het Vestzaktheater. Het werd een levendige avond met veel inbreng van belangstellenden en de gastsprekers. Paul Wiefferink, manager DHL Hengelo, en Inge de Haan ,manager uitzendbureau Timing, vertelden over hun praktijkervaringen om bijstandsgerechtigden aan betaald werk te krijgen. Paul schetste hoe hij stuk liep op de bureaucratie van de gemeente Enschede. Hij had een project bedacht om bijstandsgerechtigden aan banen te helpen bij DHL van 20 tot 25 uren per week. Dat gekoppeld aan scholing. Het ging eerst om een periode van een half jaar waarna een vast contract zou volgen. Het ging niet door omdat de gemeente Enschede vasthield aan een betaalde baan van minimaal 28 uur. Dat was precies het bedrag van de bijstand. Minder was niet bespreekbaar. Iemand moest helemaal uit de bijstand of niet.

Inge de Haan runt het zogenoemde GO-project. Dat betekent: Gezamenlijk Optrekken bij Ontsluiting Werknemersbestand. Dit richt zich op uitstroom van bijstandsgerechtigden via het uitzendbureau naar reguliere banen, soms in deeltijd. Het is een succes. Tot nu toe hebben 170 mensen met bijstand werk gevonden, voor kortere of langere periode in bijvoorbeeld de productie, schoonmaak, magazijn. Voor dit project was overheidssubsidie beschikbaar. Dat eindigt nu. Het geld is op, maar Timing vindt het project zo waardevol dat ze dit op eigen kracht voortzet.                                                                                                   Na deze 2 interessante praktijkvoorbeelden gooide Duco Bannink, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, een paar forse stenen in de vijver. Hij beweerde dat het midden van de arbeidsmarkt verdwijnt. Dat is de middengroep ( de onderkant van het middelbaar beroepsonderwijs). Het werk gaat naar de lage lonenlanden of wordt geautomatiseerd. Werk in de onderkant van de arbeidsmarkt blijft maar dat zijn meer klussen voor zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) maar ook voor mensen met flexibele contracten. Minder vast werk dus en minder volledige banen voor bijstandsgerechtigden.                                De PvdA zet zich altijd in voor activering richting volledige arbeidsparticipatie, maar volgens Duco is herbezinning op zijn plaats. Hij pleit voor een ander sociaal beleid waarbij de focus moet komen op flexibele uitstroom uit de bijstand. Mensen met bijstand moeten ook banen voor minder uren kunnen werken. Bijvoorbeeld voor 10, 20 uur, maar niet hardnekkig vasthouden aan minimaal 28 uur zoals Enschede doet. Elke euro minder bijstand is winst: voor de gemeente, voor de belastingbetaler en voor de bijstandsgerechtigde! De gemeente en de politiek moeten deze ontwikkeling mogelijk maken of tenminste niet in de weg zitten met regels en starre uitvoering.” Een beetje werk is ook werk”.

Minder rompslomp met bijstand

Belangrijk hierbij is ook dat als het werk ophoudt iemand ook gemakkelijk terug kan keren in de bijstand. Minder rompslomp, minder bureaucratie en meer flexibiliteit. Natuurlijk bestaat er een harde kern van bijstandsgerechtigden die nooit aan de slag kunnen komen. Voor hen zou een vorm van basisinkomen uitkomst bieden met ruimte om maatschappelijk actief te kunnen zijn. De presentaties van de gastsprekers en de reacties van belangstellenden geven stof tot nadenken voor de sociaaldemocratie en voor de politiek in de gemeenteraad. Laurens v/d Velde, voorzitter PvdA-raadsfractie, vindt dat er meer stappen gemaakt moeten worden om werkgevers te bewegen meer mensen in dienst te nemen met afstand tot de arbeidsmarkt. Ook in kleinere banen. Bij uitstroom uit de bijstand moet de gemeente zich niet alleen richten op hele banen. Een paar uur betaald werk is ook goed. Laurens heeft dit ingebracht in het raadsdebat over de Enschedese Arbeidsmarkt Aanpak (EEA). Een motie met die strekking is zelfs unaniem aangenomen. Er komen zeker meer van dit soort meedenkbijeenkomsten.

bron foto: DHL Hengelo