Als mantelzorger help ik mijn moeder zelfstandig te blijven

Mantelzorg is een mooi sociaal begrip voor iets wat eigenlijk heel normaal is: zorgen voor je naasten. Vroeger zorgde je als kind voor je ouders als zij oud en gebrekkig werden. Je keek om naar mensen in je omgeving die ziek waren en hulp nodig hadden.

Gelukkig hebben we een welvaartsmaatschappij opgebouwd met goede, professionele voorzieningen en zijn ouderen en zieken niet afhankelijk van familie, buren of de kerk. Maar onze welvaatsmaatschappij is niet alles zaligmakend en piept en kraakt soms, vooral door de hoge kosten. Daarom moeten we zelf de handen uit de mouwen steken als mantelzorger als aanvulling op de professionele zorgvoorzieningen.

Uit eigen ervaring weet ik wat het is om mantelzorger te zijn. Ik ondersteun mijn moeder die onlangs 89 jaar geworden is en sinds het overlijden van mijn vader alleen en zelfstandig woont. Ik concentreer me vooral op allerlei regelwerk, doe boodschappen en maak regelmatig een praatje met haar. Mijn moeder is geestelijk goed bij en neemt zelfstandig beslissingen. Dat vind ik ook belangrijk. Laat oudere mensen in hun waarde en help en adviseer ze met de bureaucratische rompslomp.

Zo moest mijn moeder een personenalarmeringssysteem hebben omdat ze de laatste tijd vaak was gevallen in haar flat. Ik zocht uit hoe je zo’n systeem moest aanvragen, maar ma pakte zelf de uitvoering op. Binnen een maand was het geregeld. Ook de drempels in haar woning moesten verwijderd worden. Ook daar deed ik het voorwerk en mijn moeder  regelde het verder. Inmiddels is haar flat helemaal drempelloos. Het is mooi dat ze dit allemaal nog zo goed kan. Op die manier redt ze zich goed.

Alleen het schoonhouden van haar woning is lastig en niet te doen zonder huishoudelijke hulp. Eerlijk gezegd vind ik dat een heel gedoe. Tot 2015 had ze 4 uren huishoudelijke hulp per week. Toen de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning werd ingevoerd en de gemeente het met minder geld moest doen werd het aantal uren gehalveerd. Met 2 schamele uurtjes kon ze haar huis niet schoon en leefbaar houden. We hadden een pittig keukentafelgesprek maar de gemeente gaf geen duimbreed toe. De familie moest dan zelf maar het schoonmaakwerk doen. Doe dat maar eens als je een drukke baan hebt, een druk maatschappelijk leven en ook nog ,zoals ik, op 80 km afstand van mijn moeder woon.

Na een stevige discussie kwam de gemeente met de oplossing. Mijn moeder kon tijdelijk  een derde uur huishoudelijke hulp krijgen voor eigen rekening. Ja dat hebben we geaccepteerd, want je moet toch wat. Ik kijk uit naar het volgende keukentafelgesprek want dan krijgen we dit gedoe weer.

Wat wel goed loopt, van het begin af aan, is de hulp van de wijkverpleging. Zij zorgen voor oog druppelen en steunkousen. Eke dag komt er 2 keer een wijkverpleegkundige langs om dat bij mijn moeder te doen. En zo kan mijn moeder nog steeds op hoge leeftijd zelfstandig wonen en daar is het allemaal om te doen, toch?

Mantelzorg leveren doe ik met plezier want het is fijn om te zien hoe ma kwaliteit van leven houdt. Dat geeft mij energie om dit te blijven volhouden. Ik ken ook de verhalen van mantelzorgers die zelf onderuit (dreigen) te gaan. Dat blijft een risico. Waar ik chagerijnig van word is die hardnekkige bureaucratie en vaak stugge houding van de gemeente. Daar word ik soms doodmoe van. Dat moet echt veranderen. Daar moet de politiek scherp op zijn. Als iedereen meewerkt kunnen we onze ouderen, zieken en gehandicapten een goed leven bieden. Dat is het aller belangrijkste.

500 extra betaalde banen voor uitkeringsgerechtigden

Iedereen die wil en kan werken moet ook mee kunnen doen op de arbeidsmarkt in Enschede en de regio Twente. De Partij van de Arbeid blijft haar uiterste best doen om hier de groei van de werkgelegenheid te stimuleren. Dat is volkomen logisch. De naam van deze partij geeft immers aan wat haar kernwaarde is: zorgen voor banen, goede werkomstandigheden en mogelijkheden voor ontwikkeling van werknemers.

Dat betekent: goed werk voor iedereen. Maar niet iedereen heeft goed werk. Ondanks positieve cijfers over economische groei en stijging van de werkgelegenheid blijft vooral in Enschede nog steeds een grote groep mensen werkloos aan de kant staan. Dat is onacceptabel. Ik vind dat een actieve gemeentelijke overheid meer kan doen om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan betaald werk te helpen. Dat zijn mensen die al jarenlang bijstand krijgen, gehandicapten, oudere werkzoekenden (50+). Voor hen zouden we betaald werk kunnen creëren in de publieke sector.

Juist hier zijn de laatste jaren veel banen verloren gegaan terwijl juist behoefte is aan publieke taken. Denk aan beheerders van speeltuinen, kinderboerderijen,  onderhoud openbaar gebied, sportvelden. Denk aan werken in de (thuis)zorg. Volgens mij moet het mogelijk zijn om in de komende vier jaren 500 werkplekken te realiseren voor mensen die al lang zonder betaald werk zitten.

Een deel van die banen creëren we bij de gemeente zelf. De kosten kunnen we deels dekken binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en door besparing op uitkeringen. We hebben het hier wel over structurele betaalde banen. Dus geen tijdelijk werk voor 4 jaren en ook geen werk met behoud van uitkering.

Dat gebeurde in het verleden wel met de zogenoemde Melkertbanen. Dat waren ook banen in de publieke sector waar veel werkzoekenden baat bij hadden. Het was op zich een succesvol project, maar toen de rijkssubsidie opraakte was het voorbij en vielen mensen weer terug in de ww en de bijstand. Een treurige zaak. Daar hebben we van geleerd en op die “oude” manier werkt het onvoldoende.

Goed werk voor iedereen. Dat is het doel waarnaar wij streven. Als we 500 mensen extra in onze stad nuttige maatschappelijke taken  kunnen laten uitvoeren dan worden we daar allemaal beter van: de buurtvoorzieningen en de mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Eigenlijk kun je zeggen dat onze hele samenleving daar van opbloeit.

Behandel mensen in de bijstand met respect en stimuleer betaald werk

De textielcrisis veroorzaakte een sociaaleconomische ramp in Twente/Enschede. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw sloten bijna alle textielfabrieken hier hun deuren en was massawerkloosheid het trieste gevolg. Duizenden textielarbeiders verdwenen in een uitkering en velen kwamen daar nooit meer uit.
Sinds die treurige periode is in Enschede het aantal mensen met een bijstandsuitkering hoog tot zeer hoog. Ook in perioden dat het economisch beter gaat, zoals nu, zijn er helaas te veel inwoners die moeilijk of zelfs helemaal niet aan betaald werk kunnen komen. Enschede heeft op dit moment rond de 7000 bijstandsgerechtigden.

Ik vind dat de gemeente, de politiek niet werkloos mag toekijken. We moeten er alles aan blijven doen om deze mensen weer perspectief te geven op goed, betaald werk. Natuurlijk zijn er mensen met voldoende beroepskwalificaties die snel vrij weer uitstromen uit de bijstand. Met enige hulp en begeleiding komen die wel weer aan het werk.
Probleem vormen de mensen die zo’n achterstand op de arbeidsmarkt hebben opgelopen dat zij niet meer op eigen kracht uit hun bijstandssituatie kunnen komen. Voor hen zijn de publieke banen bedoeld zoals beheerders van speeltuinen, kinderboerderijen,  onderhoudsmedewerkers openbaar gebied en sportvelden, werkers in de (thuis)zorg.

In een eerder blog  schreef ik over het PvdA-plan om 500 werkplekken voor deze mensen te creëren in Enschede in de komende 4 jaren.  Maar we kunnen meer betekenen door flexibeler om te gaan met bijstandsgerechtigden. Waarom zouden mensen bijvoorbeeld naast hun bijstand niet legaal in deeltijd kunnen werken? Als je zo via kleine banen meer werkervaring opdoet kun je dit stap voor stap uitbreiden totdat je helemaal geen bijstand meer nodig hebt. Vooral voor alleenstaande moeders met jonge kinderen lijkt me dit een uitkomst.

De gemeente Enschede doet dit niet.  Hier is het zwart/wit: of je zit voor 100 procent in de bijstand óf je gaat er helemaal uit naar een 100 procent betaalde baan.  Een tussenweg bestaat niet. Wel is de gemeente “gemakkelijk” als het gaat om werken met behoud van uitkering, zonder dat er uitzicht is op een betaalde baan. Dat vind ik op deze manier niet kunnen.

Voor een korte periode kan het nuttig zijn om mensen voor te bereiden op betaald werk. Die baangarantie moet er dan wel zijn. Anders blijven de bijstandsgerechtigden in een uitzichtloze situatie en werken zij onbedoeld ook nog mee aan verdringing van banen. Bijstandsgerechtigden mogen geen gratis arbeidskrachten zijn! Ik hoor veel klachten van mensen in de bijstand over hun behandeling door de gemeente. Ze ervaren vaak een zeer strenge overheid die hen met wantrouwen behandelt. Een kwartier te laat komen op een afspraak betekent al korting op de uitkering.

Ook mensen in de bijstand verdienen respect en een goede begeleiding op maat. Ga uit van hun goede wil en stimuleer hen op een positieve wijze richting betaald werk. Minder straffen, meer belonen. Daar komen we verder mee.

Buurtbewoners maken samen hun wijk beter en mooier

Wijkbewoners die zelf het heft in handen nemen, voorzieningen opzetten en uitvoeren. De Engelsen noemen dat “community spirit”. In het Nederlands: gemeenschapszin.

Dat is niet zo poëtisch, maar in de kern betekent dat hetzelfde.

Ik vind dat indrukwekkend. Met buurtbewoners samen de wijk beter en mooier maken. De leefbaarheid samen verbeteren. Daar wordt iedereen in de wijk beter van.

In Enschede kennen we een paar goede voorbeelden van dit soort gemeenschapszin. In het noorden van onze stad is enkele jaren geleden het Bewoners Initiatief Enschede Noord (Beien) van start gegaan. Van, voor en bewoners  georganiseerd. Hun aanstekelijk motto is: “voor een sociale, duurzame en hechte wijk”. In 2014 werd een oud, leegstaand schoolgebouw door bewoners opgeknapt en ingericht. Er kwam plek voor allerlei maatschappelijke organisaties en voorzieningen zoals Enschede wekt op (duurzame energie), wijkverpleging, een zorggroep, etc. Beien zet nu stappen richting organisatie die helemaal op eigen benen staat.

Een ander prima voorbeeld van gemeenschapszin is te vinden in de wijk Dolphia.

Daar hebben bewoners het voor elkaar gekregen om weer een buurthuis te realiseren. De financiering is uniek te noemen. De bewoners krijgen een sociale hypotheek van de gemeente van 2 ton waarmee het buurthuis kan worden gebouwd. Deze sociale hypotheek wordt afgelost met maatschappelijke diensten zoals  huiswerkbegeleiding, buitenschoolse opvang en computercursussen voor ouderen. Het buurthuis en de voorzieningen worden helemaal gerund door de Dolphianen.

 

Daar heb ik grote bewondering voor. Zelf initiatief nemen als wijkbewoners, stug doorzetten en de gemeente in de rol van ondersteuner. Dat zou wel eens bepalend kunnen worden voor het realiseren van leefbare woonbuurten in Enschede. Beien in Enschede Noord en het nieuwe buurthuis in Dolphia zou je ook wijkcoöperaties kunnen noemen. Ik hoop dat andere wijken, die geen wijkcentrum (meer) hebben hier inspiratie uit putten. Het is wel de plicht van de politiek en de gemeente dit soort initiatieven te omarmen en te ondersteunen. De gemeente helpt en geeft ruimte voor buurtinitiatieven. Elke wijk heeft een centrale plek nodig, voor ontmoeting en het organiseren en delen van voorzieningen. Het draait allemaal om gemeenschapszin. We kunnen niet zonder in deze tijd.       

Een linkse Hogelander in de raad van Enschede

Met veel plezier woon ik sinds 2002 in de Enschedese woonwijk het Hogeland, nadat ik in 1989 met mijn gezin naar de grootste stad van Oost Nederland  verhuisde. Jarenlang woonden we in een nieuwbouwhuis in Stroïnkslanden, maar de stap naar een leuke jaren dertig woning in het Hogeland was een gouden greep.

Dit is een prachtige, gezellige wijk vol geschiedenis. Ons huis hier is gebouwd in 1932 en is een van de weinige woningen in onze buurt die het bombardement van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog doorstond. Met veel kracht en energie is het karaktervolle Hogeland na de oorlog uit de as herrezen. Daardoor is het altijd een aantrekkelijke wijk gebleven. Maar dat blijft het niet vanzelf. Er zijn problemen die aangepakt moeten worden door de bewoners,  woningcorporaties en de gemeentepolitiek. Daar heb je wel een sterke, linkse gemeenteraad voor nodig. Als kandidaat-raadslid voor de PvdA en als inwoner van het Hogeland knok ik voor “mijn wijk”.

Ik sta voor het Hogeland. Dit zijn mijn belangrijkste 10 actiepunten:

  • Bevorderen leefbaarheid en (verkeers) veiligheid in nauwe samenwerking met inwoners en wijkraad Zuid-Oost.
  • Stimuleren opknappen en energiezuinig maken (sociale) huur en koopwoningen.
  • Ondersteunen buurtinitiatieven en activiteiten bewoners, ook financieel via wijkbudgetten.
  • Wijkcoöperatie oprichten waar buurtbewoners gezamenlijk diensten laten uitvoeren of inkopen, zoals groene energie, woning- en tuinonderhoud, kinderopvang.
  • Betaald werk voor werkzoekenden en bijstandsgerechtigden voor wijkfuncties (zoals opzichters speeltuinen, kinderboerderij, medewerkers sportverenigingen, etc).
  • Steun voor speeltuinen ’t Varvik, ’t Hoogeland, wijkcentrum De Roef en het Wooldrikspark met kinderboerderij Erve ’t Wooldrik.
  • Sportvoorzieningen op peil houden.
  • Mogelijk maken dat meer arme kinderen en ouderen aan sport kunnen doen in de wijk.
  • Inwoners uitdagen van hun tuin en buurt een groenere plek te maken.
  • Wijkteams opzetten voor hulp aan mensen die moeite hebben met gebruik internet.

Mijn PvdA-programma voor het Hogeland  staat in een folder die ik hier in de komende weken voor de gemeenteraadsverkiezing op 21 maart ga verspreiden. Het wordt tijd voor een Hogelander in de gemeenteraad van Enschede!

René Tenkink lijst 2 nummer 10.


Download hier de folder

 


Het is weer eens hommeles in politiek-bestuurlijk Twente.  De bestuurlijke veenbrand

Het is weer eens hommeles in politiek-bestuurlijk Twente.  De bestuurlijke veenbrand die telkens in onze regio oplaait wordt deze keer veroorzaakt door een verhitte discussie over de Agenda voor Twente. Hier gaat het om een ambitieus investeringsprogramma voor de komende vijf jaren met focus op techniek.

De Agenda voor Twente is vooral tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de 14 Twentse gemeenten in nauwe samenwerking met bedrijfsleven en kennisinstellingen. Dat is toch fantastisch?  Twente loopt voorop in de hightech maakindustrie, gevoed door knappe koppen van de Universiteit Twente en Saxion Hogeschool. Dat is toch prima voor de werkgelegenheid?

Tot mijn verbazing is er helemaal geen sprake van een juichstemming in Twente. Nu de besluitvorming over de Agenda voor Twente aan de orde is bij de deelnemende gemeenten, komt het chagrijn naar boven. Aangewakkerd door de gemeente Rijssen-Holten lijkt het investeringsprogramma in gevaar te komen. Onder het motto: “Ieder voor zich en de Here voor ons allen”, haakt deze rijke gemeente af. Almelo volgt , maar deze arme gemeente doet dat omdat ze op zwart zaad zitten. Hellendoorn schijnt ook niet veel trek meer te hebben in de Agenda voor Twente. Zijn er nog meer weglopers te verwachten? Ik hoop het niet. We staan er weer gekleurd op in en met de regio Twente.

Bestuurlijk- economische solidariteit is weer ver te zoeken. Maar dit investeringsprogramma is té belangrijk om onderuit te laten gaan. Gemeenten die afhaken denken kennelijk dat  dit beter is voor hun eigen sociaaleconomische ontwikkeling. Ze kunnen het allemaal wel zelf. Wat een kortzichtige opvatting! Economisch beleid voer je niet als gemeente alleen. Het is tegenwoordig minimaal regionaal van opzet en in het geval van Twente zelfs internationaal. (Denk aan bedrijfscontacten met Duitsland).

De provincie Overijssel stimuleert ook de regionale economie, met coördinerend beleid en  investeringen. De regering richt zich eveneens op steun aan de regionale economie.  De Europese Unie net zo. Gemeenten stellen in hun uppie niets voor. Via regionale economische samenwerking bereiken ze meer. Dat lijkt me wel duidelijk. Gemeenten die uit de Agenda voor Twente stappen, mogen wat mij betreft hier niet mee weg komen. Wie wegloopt voor Twentse samenwerking krijgt geen financieel-economische steun meer van de provincie, het Rijk en de EU. Samenwerking loont. Wie breekt zal betalen!

Natuurlijk hoop ik dat de Twentse familie bij elkaar blijft en de Agenda voor Twente gewoon wordt uitgevoerd in de komende vijf jaren. En als het niet anders kan dan maar met 11 of 12 gemeenten. Er staan te veel interessante banen op het spel, ook voor jongeren die na hun opleiding hier willen blijven werken en wonen in een prachtige streek.

FNV Enschede prikkelt politiek tot maken meer sociale keuzes

De FNV is een krachtige organisatie die vooral bekend is van cao-onderhandelingen, stakingen en andere acties op landelijk niveau. De FNV doet veel meer, ook als het om  gemeentelijke zaken gaat op sociaal en economisch gebied.  In Enschede doen we dat vanuit Lokaal FNV Enschede met ruim 9000 leden en met een eigen bestuur waarvan ik vicevoorzitter ben. We volgen de gemeentelijke politiek op de voet want hier worden belangrijke besluiten genomen die de positie raken van werkenden, werkzoekenden en mensen die rond moeten komen van een uitkering. Voor deze mensen komt de FNV op en ik lever daar mijn bijdrage aan.

We prikkelen politieke partijen om duidelijke sociale keuzes te maken. Bijvoorbeeld voor echte banen bij gemeentelijke projecten. Voor een sterke regionale economie. Voor vertrouwde hulp in de zorg. Tijdens een politiek café op vrijdag 9 maart  dagen we partijen die meedoen aan de gemeenteraadsverkiezing  uit om stelling te nemen voor een sociaal Enschede. Dat doen we onder het motto: “Kies Sociaal, voor echter banen en een menswaardige maatschappij”.

Het debat wordt gehouden in café/partycentrum Vrieler, Brinkstraat 301. Het begint om 20.00 uur. De zaal is open vanaf 19.30 uur.  De gespreksleiding is in handen van Gijs Klaas (voorzitter Lokaal FNV Enschede) en Marianne van Haastert (bestuurslid). Uitgenodigd zijn de lijsttrekkers en woordvoerders sociaaleconomische zaken van alle politieke partijen die meedoen aan de raadsverkiezing in Enschede.

In elk geval zijn de volgende kandidaat-raadsleden aanwezig: Duco Bannink (PvdA), Eric van der Aa (CDA), Henri de Roode (ChristenUnie), Hetty Wolf (GroenLinks), Piet van Ek (SP), Vic van Dijk (D66), Margriet Visser (Enschede Anders), Peter van der Vloet (Liberaal053), Barry Overink (Burgerbelangen Enschede) en Kenan Boz (DENK).

Na dit debat blijven we de politiek in Enschede volgen, te beginnen bij de onderhandelingen voor een nieuw coalitieprogramma en nieuw college. We knokken ervoor dat de sociale thema’s in Enschede in de komende raadsperiode leiden tot uitvoering van een degelijk sociaaleconomisch beleid. In het belang van werkenden, werkzoekenden en uitkeringsgerechtigden.

Meer informatie: fnv.nl/kiessociaal